Algemeen/info
Welkom bij TOKTOI - DE Mongolië Expert Heeft u altijd al gedroomd om op een paard over de steppes van Mongolië te rijden of te verblijven bij een Mongoolse familie op het platteland of een bezoek te brengen aan de oude hoofdstad van Ghengis Khan of misschien wel alles en meer?
Met TOKTOI kunt u op uw eigen tempo reizen en de activiteiten doen die u wilt doen! Niet dagen in bussen of een strak schema waar niet vanaf geweken mag worden.
Vraag onze gratis Reisbrochure aan via de contactpagina.
Ter vergelijking
Diverse aanbieders van Reizen in Mongolië (incl. vlucht):
Toktoi v.a. € 1.730,00 p.p. - 20 dagen Mongolië Sunita v.a. € 3.078,00 p.p. - 25 dagen Mongolië Cultuur en Natuur Sawadee v.a. € 2.998,00 p.p. - 27 dagen Mongolië (22 dgn in Mongolië) DimSum v.a. € 2.995,00 p.p. - 23 dagen Mongolië Reis Baobab v.a. € 2.499,00 p.p. - 23 dagen Transsiberië Express (7 dgn in Mongolië) Koning Aap v.a. € 3.950,00 p.p. - 22 dagen Mongolië Festival Reis
TOKTOI op youtube: - Dag 1 van de 4 daagse tour (klik hier) - Bekend van TV op RTL4 bij "Enjoy Life" (klik hier voor de opname).
Recensies
Jochen - Augustus 2011 "Reizen in Mongolië is het meest intense wat ik ooit gevoeld heb tijdens het reizen. De vrijheid en natuur zijn de grondleggers van dit pracht gevoel. Daarbij is een verblijf bij het gezin op de steppe zeker een aanrader, zo leer je Mongolië NOG intenser kennen. Zo wel op gebied van leven, cultuur, natuur en...niet vergeten, de enorme vrijheid en het genot van het basic leven! De 4 daagse rond trek laat zien wat Mongolië allemaal te bieden heeft. Je komt op plaatsen waar weinige zullen van weten! Mongolië, eens er geweest, zal het je altijd bij blijven !"
Lucy - September 2011 "Drie mooie weken verbleef ik met Toktoi in Mongolië. Bij de familie in een buitenwijk van Ulaanbaatar, waar alles basaal is en je in de (bijna als heilig beschouwde!) auto zigzaggend door zanderige kuilen hotseklotst -want er valt geen regen in Mongolië- om vervolgens in het hart van de stad nauwelijks vooruit te komen op de moderne wegen wanneer bij de zoveelste opstopping niemand van zijn plaats wijkt, gewoon wacht op andermans initiatief, wacht tot er weer beweging komt. Want ja, de Mongoolse mensen zijn kalm, ontspannen, aanvaarden wat ze overkomt. Ze laten elkaar in hun doen en laten met rust; de mannen respecteren de vrouwen; ouders en grootouders dragen hun (klein)kinderen op de arm. Ik ging veel met de bus, kwam zo dicht bij de mensen, stond vaak letterlijk klem, ervoer dat nooit als bedreigend. De vierdaagse tocht in een stoffig busje met een allerfijnste gids (de stad uit = weg uit de stad), het typische landschap met hier en daar een ger, de kuddes geiten en schapen, de paardenmannen, de eettentjes, het kamperen op afgelegen plekken. En Toktoi’s John -toevallig ook ter plaatse!- die met zijn hartelijke menselijkheid ook op afstand -via sms- steeds een veilig baken voor me was. Toktoi! Proost! Op het schitterende land en zijn prachtige bewoners, en op John!"
Algemene Informatie Mongolië
Mongolië (Mongools: Монгол Улс) is een land in Centraal- en Oost-Azië. Het land grenst in het noorden aan de Russische Federatie en in het zuiden aan Binnen-Mongolië dat tot China behoort. Mongolië is sinds 1990 een democratie.
Bekijk het CNN "Welcome to Mongolia" en/of het "Mongolia Tourism" filmpje voor een eerste indruk van het prachtige land.
Mongolië bestaat grotendeels uit hoogvlakte, waarvan de hoogte varieert van 1.000 tot 2.000 meter. Het noorden en westen is grotendeels bergachtig. De bergketen Altaj in het westen loopt door in Siberië. Hier zijn de hoogste bergen te vinden. Op het drielandenpunt van Mongolië, Rusland en China ligt de Tavan Bogd die met 4.374 m het hoogste punt van Mongolië vormt. Het zuidelijke deel bestaat uit de Gobi-woestijn, die doorloopt in China.
De totale lengte van de landgrenzen bedraagt 8.114 km, waarvan 4.673 km met China en 3.441 km met Rusland. De rivieren in de noordelijke helft monden uit in de Noordelijke IJszee en de Grote Oceaan. De rivieren in de zuidelijke helft vallen droog in de Gobi of monden uit in zoutmeren.
De grootste steden zijn, na de hoofdstad Ulaanbaatar: Erdenet - Darhan - Tsjojbalsan - Olgij - Saynshand - Ulaangom - Hovd - Mörön - Uliastaj
Met 1.564.116 vierkante km en 3.041.142 inwoners (July 2010) is Mongolië één van de dunbevolkste landen ter wereld. Het van A naar B reizen is al een hele beleving met een wegennet van maar 49.250 km waarvan 46.426 km ook nog eens onverhard is.
De economie is vooral gebaseerd op landbouw, veeteelt en mijnbouw. Het grootste deel van de bevolking leeft van veeteelt.
De beroepsbevolking per sector bedraagt:
1. landbouw en veeteelt: 42% 2. diensten: 29% 3. handel: 14% 4. nijverheid: 6% 5. mijnbouw: 4% 6. overheid: 5%
De belangrijkste exportproducten zijn koper, textiel en kasjmierproducten. Er wordt vooral geëxporteerd naar China, de VS en Groot-Brittannië.
De belangrijkste importproducten zijn petroleum, machines, gereedschappen en transportmiddelen. Hierbij zijn de belangrijkste handelspartners Rusland, China en Japan.
Cultuur
Sinds 1991 is het beoefenen van religie, zoals Tibetaans boeddhisme en traditioneel sjamanisme weer toegestaan en werden er weer enkele kloosters ingericht. De verering voor de dalai lama is bijzonder groot onder de bevolking, wat blijkt uit het veelvuldig voorkomen van zijn portret als onderdeel van de inrichting van de yurten.
Tot de traditionele cultuur van Mongolië behoort het bereiden van een licht alcoholische drank uit paardenmelk. Deze mousserende drank met anderhalf tot twee procent alcohol wordt airag of kumys genoemd en wordt 's zomers tijdens de Naadam door de mannen in grote hoeveelheden gedronken.
De van het Oejgoers afstammende schrijfwijze van de Mongoolse taal is verticaal; ze wordt van boven naar beneden geschreven. De moderne schrijfwijze is op basis van het cyrillisch alfabet.
Een bijzonderheid in de zangkunst is de boventoonzang (khuumi). Deze wordt vaak begeleid door een muzikant die de paardenhalsviool bespeelt.
Een aantal filmpjes over Mongolië op YouTube: - Mongools instrument en keelgezang
- Mongoolse dans
- Mongoolse muziek met prachtige foto's van Mongolië
Genghis Khan
De stichting van een imperium onder Dzjengis Khan
In 1206 - na het met succes verenigen van de verschillende Mongoolse en Turkse stammen - gaf de khuriltai, een traditionele vergadering belegd tussen leiders en invloedrijke familieleden, Temüjin de titel van „Dzjengis Khan“ (andere spellingen van zijn naam zijn Jenghis Khan, Genghis Khan en Chingis Khan). Dit betekent letterlijk 'opperste leider'.
Dzjengis Khan zette de lange reeks Mongoolse aanvallen op China voort. Hij had meer succes dan zijn voorgangers daar hij over een krachtig militair apparaat beschikte.
Als grote khagan gebruikte hij hetzelfde militaire systeem als de Hunnen, dat op het decimale stelsel was gebaseerd. De legers werden ingedeeld in groepen van 10, 100, 1000 of 10.000 soldaten. Ook de civiele bevolking werd door Dzjengis Khan verdeeld in groepen van tien. De soldaten namen hun familie en paarden met zich mee. Elke ruiter had 2 tot 4 paarden, zodat er altijd voldoende transportmiddelen ter beschikking waren. Aan het begin van zijn militaire campagnes had Dzjengis echter niet meer dan 25.000 militairen.
BBC film op YouTube van Genghis Khan (niet geschikt voor jeugdige kijkers).
China
Ten tijde van de khuriltai raakte Dzjengis verwikkeld in een oorlog met de Westelijke Xia. Dit was de eerste van zijn buitenlandse veroveringsoorlogen. In 1209, bij de ondertekening van de vrede, had hij de heerschappij over de westelijke gebieden van de Xia veroverd.
Een belangrijk doel van Dzjengis was de verovering van het keizerrijk van de Jurchen in Noord-China. De Jurchen waren een aan de Mongolen verwant volk dat er in geslaagd was een koninkrijk in China over te nemen en dat vanuit dit gebied de machtsverhoudingen tussen de Mongolen frustreerde door burgeroorlogen aan te wakkeren, met name tussen de Tataren en de Keiraïten. Het koninkrijk van de Jurchen wordt wel aangeduid met Jin of de Jin. Hij verklaarde de Jurchen de oorlog in 1211. Hij had toen een leger van 150.000 mensen ter beschikking op een totale bevolking van slechts 700.000. Het Jin-leger telde meer dan 2 miljoen (misschien 3-5 miljoen) soldaten terwijl de Noord-Chinese bevolking bestond uit meer dan 80 miljoen mensen. Bondgenoot van Mongolië was de Zuid-Chinese Song-dynastie, die zijn noordelijke gebieden en oude hoofdstad aan de Jin verloren had.
De Mongolen waren superieur op open terrein, maar het lukte hen niet goedversterkte steden in te nemen. Met behulp van gevangen genomen Chinese ingenieurs ontwikkelden Dzjengis en zijn medewerkers geleidelijk aan een reeks technieken die hen uiteindelijk tot de meest succesvolle belegeraars in de geschiedenis van de oorlogvoering zouden maken. Enkele van deze technieken waren:
- het verleggen van rivieren, zodat steden overstroomden; - het bouwen van palissades om steden heen, zodat de bevolking uitgehongerd en gedemoraliseerd werd; - verschillende belegeringswerktuigen, zoals bijlen, katapulten en zelfs primitieve kanonnen en bommen werden overgenomen van de onderworpen volken.
De Jin werden dus met behulp van de door hen eerder onderworpen Song verslagen door de Mongolen. In 1233 had Dzjengis het grondgebied van Jin zuidwaarts tot aan de Chinese muur veroverd en geconsolideerd. Hij trok toen met drie legers door het grondgebied van Jin, tot aan de Gele Rivier. Met zijn leger van 75.000 man versloeg hij de troepen van Jin, die 600.000 soldaten telden. Hij verwoestte noordelijk China, nam talrijke steden in en in 1215 belegerde hij de hoofdstad Yanjing (het huidige Peking). De Jin-keizer, Xuan Zong, weigerde zijn hoofdstad over te dragen. Zijn opvolgers werden echter verslagen in 1234.
Centraal-Azië
Het Mongoolse leger raakte uitgeput na tien jaar van ononderbroken veldslagen tegen de Westerse Xia en Jin. Dzjengis zond kleine groepen strijders naar het westelijke gebied. In 1218 had de Mongoolse staat zich naar het westen uitgebreid tot aan het Balkhasjmeer en grensde aan Khwarizm, een moslimgebied aan de Kaspische Zee in het westen en aan de Perzische Golf en de Arabische Zee in het zuiden.
In 1218 stuurde Dzjengis gezanten naar een oostelijke provincie van Khwarizm met de bedoeling handelsbetrekkingen met het Khwarizmidische Rijk aan te knopen. De gouverneur van de provincie doodde hen en Dzjengis nam wraak met een leger van 200.000 man. De Mongolen namen snel de stad in. Ze maakten de gouverneur af door gesmolten zilver in zijn oren en ogen te gieten. De yassak verbood namelijk het doen vloeien van bloed van vijandige leiders.
In 1219 besloten de Mongolen dat hun rijk in de moslimwereld verder uitgebreid moest worden. Mongoolse horden marcheerden door de hoofdsteden van Khwarizm, Buchara, Samarkand en Balkh. Ze overvielen sjah Mohammed. Deze kon zich niet weren tegen de veel vluggere Mongolen en werd gedwongen tot de terugtocht. In het nauw gedreven pleegde de sjah zelfmoord. In 1220 was het Khwarizmisch Rijk in Mongoolse handen. Nu splitsten de Mongolen hun legers. Dzjengis leidde een afdeling tijdens een inval in Afghanistan en noordelijk India. Een ander leger, geleid door Subedei, marcheerde door de Kaukasus en Rusland. Geen van beide campagnes voegde grondgebied aan het imperium toe, maar de Mongolen plunderden steden en versloegen alle legers die zij ontmoetten. In 1225 keerden beide legercontingenten naar Mongolië terug. Transoxanië en Perzië werden wel aan het reeds reusachtig imperium toegevoegd.
Europa
Terwijl Dzjengis zijn krachten in Perzië en Armenië bundelde, drongen 40.000 van zijn manschappen diep in Armenië en Azerbeidzjan door. Daar vermoordde Dzjengis Georgische kruisvaarders, nam een Genuese handelsvesting in de Krim in en verbleef in de winter dicht bij de Zwarte Zee. Dzjengis kwam er in aanvaring met prins Mstislav II van Kiev en zijn 80.000 man; de Slag van de Kalkarivier volgde in 1223. Wederom wonnen Dzjengis' troepen de strijd.
Batu Khan, kleinzoon van Dzjengis en zijn begaafdste familielid, veroverde met zijn troepen in Oost- en Midden-Europa Polen en Hongarije. Zijn tegenstanders werden door legers van Duitse Teutonische ridders gesteund. De Slag bij Legnica volgde in 1241.
De laatste campagne
De ondergeschikte keizer van de Westelijke Xia had geweigerd om aan de oorlog tegen de Khwarizm deel te nemen. Terwijl Dzjengis in Iran was, hadden de Westelijke Xia en Jin een alliantie tegen de Mongolen gevormd. Dzjengis was op de hoogte van deze plannen en trof, na een tijd van rust en reorganisatie van zijn legers, voorbereidingen voor oorlog tegen zijn vijanden. Hij bracht een leger van 180.000 man op de been voor een nieuwe campagne.
In 1226 viel Dzjengis Khan de Tanguten (Westelijke Xia) aan. In februari nam hij de steden Heisui, Gan-Zhou en Su-Zhou in en in de herfst Xiliang. Een generaal van de Westelijke Xia daagde de Mongolen uit voor een veldslag dicht bij de berg Helanshan. De legers van de Westelijke Xia werden verslagen. In november belegerden zijn troepen de stad Tangut, kruisten de Gele Rivier en versloegen het Tangut hulpleger.
In 1227 viel Dzjengis Khan de hoofdstad van de Tanguten aan, en in februari nam hij Lintiao in. In maart veroverde hij de prefecturen Xining en Xindu, en in april kwam de prefectuur Deshun in zijn handen. In Deshun verzetten de Westelijke Xia zich, onder generaal Ma Jianlong, dagenlang tegen de Mongolen. Ma Jianlong stierf na met pijlen te zijn beschoten.
Voorbereiding voor opvolging
Het rijk wordt in vieren verdeeld onder de zoons, zoals gebruikelijk was, met ögedei als khagan en de andere broers als khans. Chagatai kreeg Transoxanië en legde de basis voor het latere Khanaat van Chagatai, ook wel Moghulistan genoemd. Tolui was totdat een khuriltai de verkiezing van ögedei goedgekeurd had regent en regeerde over Mongolië. Ӧgedei was behalve khagan ook leider van Noord-China, het veroverde Jurchen-rijk. Jochi was reeds overleden en dus ging zijn ülüs (erfdeel van een Mongoolse khan), naar zijn zoons: Batu kreeg het gebied in het westen van het rijk en veroverde wat later de Gouden Horde zou gaan heten. Orda, zoon van Jochi, kreeg Siberië rond het Baikalmeer tot aan de Oeral. Berke en Siban, ook zoons van Jochi, kregen gebied onder de leiding van hun broers.
Dood van Dzjengis
In zijn laatste campagne tegen de Westelijke Xia stierf Dzjengis Khan op 18 augustus 1227. De doodsoorzaak werd niet eenduidig vastgesteld. Er zijn diverse speculaties in omloop: val van zijn paard, dood door ouderdom, gedood door zijn tegenstanders.
Nadat hij stierf, werd zijn lichaam teruggegeven aan Mongolië. Beweerd wordt dat de soldaten op hun terugtocht iedereen vermoorden die ze tegenkwamen, wat tegenwoordig als een apocrief verzinsel wordt afgedaan door sommige geleerden. Feit is dat het gebied waar het graf zou zijn eeuwenlang verboden gebied was. Het is echter niet exact bekend waar Dzjengis Khan uiteindelijk begraven werd. Bij zijn begrafenis zouden 40 babykamelen in het graf zijn opgenomen, opdat hun moeders daar in de buurt zouden blijven. Het Mausoleum van Dzjengis Khan is een gedenkteken, niet zijn begraafplaats.
Op 6 oktober 2004 zou het paleis van Dzjengis Khan ontdekt zijn, wat een ontdekking van zijn begraafplaats waarschijnlijk kan maken.
Voor meer informatie over het Mongoolse Rijk klik hier.
Recente geschiedenis
Eind 1911 verklaarde een onafhankelijke regering van Mongolië het land autonoom van het revolutionaire China, maar deze autonomieverklaring werd niet door China erkend. Toen een Mongoolse delegatie het echter voor elkaar kreeg om Mongolië onder Russische bescherming te plaatsen (1912) zag de Chinese regering ervan af om Mongolië opnieuw te annexeren. Direct na de onafhankelijkheid werd Bogd Haan koning van Mongolië. In 1913 sloot het land een verdrag met Tibet betreffende wederzijdse steun.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog trachtte de Chinese generaal Soe tevergeefs om Mongolië weer onder Chinees gezag te brengen. Een groep pro-Russische jonge Mongolen onder leiding van Tsjoibalsan wisten Soe en zijn mannen in 1919 uit Mongolië te verdrijven.
1921-1952
Op 4 februari 1921 viel Mongolië in handen van een Baltische aristocraat: baron Roman von Ungern-Sternberg. Generaal Von Ungern trad op als dictator en verdreef Bogd Haan. Op 1 maart 1921 stichtten jonge revolutionaire Mongolen in het Russische Kjachta, nabij de Mongoolse grens de Mongoolse Volkspartij. De oprichters streefden naar een pan-Mongoolse staat (dat wil zeggen hereniging met de Mongoolse gebieden die in Sovjet-Rusland en China lagen), socialisme en nationalisme.
Met behulp van het Russische Rode Leger wisten zij in juli 1921 een einde te maken aan de bezetting van Mongolië door de Witte Legers van Ungern-Sternberg. De koning werd in zijn waardigheid hersteld, hoewel zijn macht drastisch werd ingeperkt. De Mongoolse Volkspartij werd de belangrijkste factor in de samenleving. In 1923 overleed de nationale held, Soeche Bator, op dertigjarige leeftijd. De revolutionairen van de Mongoolse Volkspartij doopten Urga (Oerga), de hoofdstad om in Ulaanbaatar (Oelan Bator), wat 'Rode held' betekent.
Op 20 mei 1924 overleed de koning en werd de 'Volksrepubliek Mongolië' uitgeroepen. In 1935 verklaarde Gendoen, een oud-premier en lid van de MPRP, dat het sovjet-economische systeem (plan-economie) niet geschikt was voor Mongolië. Dit leidde tot zijn val en in 1937 werd hij terechtgesteld. De partij en de staat werden gezuiverd. Dit ging gepaard met de opkomst van maarschalk Tsjoibalsan, een keiharde stalinist.
Tsjoibalsan en diens aanhangers vernietigden een groot deel van de kloosters van het lamaïsme en maakte het gelovigen moeilijk om hun geloof te praktiseren. Daarnaast verdwenen veel monniken en nonnen in gevangenkampen. Ook intellectuelen werden gevangengezet en hard aangepakt. Vanaf halverwege de jaren dertig werd de landbouw gecollectiviseerd en werd het de nomaden dusdanig moeilijk gemaakt, dat zij niet meer konden rondtrekken door het land. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht Mongolië aan de kant van de Sovjet-Unie.
In 1939 vond er een grensconflict tussen de Japanners (die de Mongoolse grens waren genaderd tijdens hun veldtocht tegen China) en het Mongoolse leger plaats. De Mongolen werden bijgestaan door Russische troepen onder bevel van maarschalk Zjoekov. Dit korte gevecht leidde tot een zege voor het Mongoolse leger (dat ten opzichte van het inwonertal vrij groot was). Op 9 augustus 1945 erkende China de onafhankelijkheid van Buiten-Mongolië, waardoor de spanningen met dat land afnamen.
1952-heden
Tsjoibalsan, vanaf 1939 minister-president van het land, overleed in 1952. Zijn opvolger Tsedenbal voerde een gematigder beleid en er kwam langzaam maar zeker een einde aan het stalinisme. Sühbaataryn, de weduwe van Soeche Bator was van 1952 tot 1954 voorzitster van het presidium van de Grote Staats Hural (staatshoofd). In 1958 werd Tsedenbal secretaris-generaal van de MPRP. Tijdens het conflict tussen China en de Sovjet-Unie koos Mongolië voor de laatste, wat weer leidde tot spanningen tussen China en Mongolië. Veel keus had Mongolië ook niet: het was volledig (economisch) afhankelijk van de Sovjet-Unie.
Vanaf de jaren zestig werd de Mongoolse cultuur weer opgewaardeerd en werd de rijke historie van het land opnieuw bestudeerd door geleerden, nadat het historisch onderzoek sinds het einde van de jaren twintig stil was gelegd. Op 11 juni 1974 verwisselde Tsedenbal het eerste ministerschap voor het voorzitterschap van het presidium van de Grote Staats Hural. Hoewel Tsedenbal in 1982 werd herkozen als secretaris-generaal van de partij, werd hij in 1984 afgezet door een groep gematigde communisten onder leiding van Jambyn Batmönh. Tsedenbal werd ook afgezet als staatshoofd. Batmönth werd zowel voorzitter van de Grote Staats Hural en secretaris-generaal van de MPRP. Na Michail Gorbatsjovs opkomst in het Kremlin en diens perestrojka trachtte de staatsleiding in Mongolië om meer democratisering in te voeren. In 1989 werd Mongolië officieel een meerpartijenstaat.
In maart 1990 werd Gombojavyn Ochirbat partijleider van de MPRP en voorzitter van het presidium van de Grote Staats Hural. Deze laatste functie werd echter vervangen door die van president. Het 'volksrepubliek' in de landsnaam van Mongolië werd vervangen door 'republiek'. Bij de verkiezingen bleef de MPRP de grootste partij. Van 1996 tot 2000 MNDP (Mongoolse Nationaal Democratische Partij).
In 1997 werd Natsagiyn Bagabandi (MPRP) president van Mongolië. De nieuwe leider van de MPRP werd Nambarin Enkhbayar, die een groot hervormingsproces uitvoerde wat uiteindelijk leidde tot lidmaatschap van de socialistische internationale. In 2000 won de MPRP 72 van de 76 de zetels in de Grote Staats Hural, en minimaliseerde aldus de oppositie. Dit kon gebeuren met slechts 55 procent van de stemming door het kiesmannenstelsel waarbij elk gebied een kandidaat voor het parlement aanlevert. In 2004 werden de verhoudingen weer gelijk getrokken, waardoor voor het eerst een coalitieregering Mongolië ging besturen. Al snel waren er echter strubbelingen in de Democratische alliantie, die in januari 2005 uit elkaar viel. De regering blijft echter vooralsnog door regeren.
|
Mongolie
Avontuur, Vrijheid, Natuur, Nomaden, Boedisme "Land of the Blue Sky"
|